Dorpslied 2

Waar de mooie boerensloot en de wijde vliet.

Met de kronkelende Rijn ruisen langs het riet.

Waar het donker Vijverbos harten samenbond.

Daar is ons Vaderland Harmels dierb're grond. (bis)


Waar een duiventoren staat en de groene wei.

Waar men mooie huizen bouwt met een tuin erbij.

Waar men veel van tuinen houdt bomen in bloesemtooi.   

Daar is mijn Vaderland Harmelen is zo mooi. (bis)


Waar de winkels samengaan in de winkelweek.

Geeft men zonder vrees of blaam loten bij de vleet.

Hermandad z'n bomen kweekt zonder kruis erbij.

Daar is mijn Vaderland Harmelen is van mij. (bis)


Waar men in de wegen nog vele kuilen ziet.

Waar dan de ontvanger treurt wij zijn haast failliet.

Waar men nog in een café kinderen leren moet.

Dat is ons Harmelen 't is er toch wel goed. (bis)


Waar men veel van tuinen houdt en tomaten kweekt.

Waar men onder het diner over mesten spreekt.

Waar een duiventoren staat in zijn nieuwe tooi.

Daar is mijn Vaderland Harmelen is zo mooi. (bis)


Waar men vol met plannen zit en op de groene wei.

Vele mooie huizen bouwt met plantsoen erbij.

Oude huizen verdwijnen gaan met of zonder pijn.

Daar is mijn Vaderland, ik woon er toch wel fijn. (bis)


Waar heerlijke vruchten te groeien staan Harmelens fruit zo goed.

Waar men voor sport en spel nog iets vinden moet.

Een sportveld goed en wel voor Jan en Griet

Daar ligt mijn Harmelen, jou vergeet ik niet. (bis)